Uitgelicht

Mijn trein staat klaar…, stap in!

Een droom……..

Een droom die al langer bestaat komt eindelijk uit. Een eigen blog!

Je weet vast wel hoe dat gaat. Je hebt dromen maar je komt er nooit aan toe om ze werkelijkheid te laten worden. Vaak hou je jezelf voor dat je geen tijd hebt, want: te druk met werk, kinderen, vrienden…. Soms gebeurt er iets dat je over de denkbeeldige drempel heen zet. Dat is bij mij het geval geweest. Daarover zul je in verdere posts meer lezen.

Als je je hieronder aanmeldt, ontvang je een bericht wanneer ik een nieuw bericht plaats.

Be yourself; Everyone else is already taken.

— Oscar Wilde.

Maart 2071

Zijn oude ogen, die al zo veel hebben gezien, schitteren als hij het verhaal herbeleeft. Even is hij weer helemaal terug in de tijd, wanneer hij zijn achterkleinzoon vertelt over de oorlog. “Het was een onzichtbare vijand, kind,” huivert hij. “Er waren geen loopgraven, maar dat zegt je vast niets. Nee, we liepen gewoon op straat  en werden aangevallen vanuit het niets. Je merkte er niks van.” Het kind, nog maar 8 jaar oud, hangt aan zijn lippen. De vader van de vader van zijn moeder vertelt altijd prachtige verhalen over ‘toen’ en dit verhaal is nooit eerder verteld. Hij weet niet waarom niet. Hij weet alleen dat zijn moeder en haar vader en ook diens vader liever niet meer met ‘ouwe opoe’ willen praten. Zijn moeder zegt soms dat ‘ouwe opoe’ in De Tegengeluiden zat. Hij weet niet wat dat is, of zijn, De Tegengeluiden. Daarom luistert hij aandachtig.

Opoe steekt een kromme wijsvinger in de lucht. “Jongen, in die tijd vochten wij voor onze vrijheid. De regering had ons opgesloten in onze huizen. Er was een pandemie, weet je. Ja, heb je dat op school gehad?” De jongen knikt geestdriftig. Ja, dit herkent hij. “Vroeger, toen wij nog onze vrienden mochten knuffelen of zelfs maar aanraken… dat waren nog eens tijden…” verzucht opoe en staart in de verte. De jongen wacht, maar het duurt hem te lang. Voorzichtig spoort hij de oude man aan. Terwijl druppel voor druppel zijn emoties uit zijn waterige ogen lopen vervolgt hij zijn verhaal.

“Mark had ons aan het lijntje gehouden. We moesten ons aan heel veel regels houden, daar komt ook het woord ‘anderhalvemetersamenleving’ vandaan. Weet je, in mijn tijd mochten wij met duizenden mensen samen naar festivals, dat kun jij je niet voorstellen, dat komt door Mark met zijn lockdowns. Hij heeft ons land verpest met zijn nepvirus. Hij wilde ons injecteren met nanochips, zodat hij ons elke seconde van de dag kon volgen. Mondneusmaskers werden verplicht, achterlijke snotlapjes zijn het. We mochten niet meer naar de sportschool, bijna geen vrienden meer ontvangen. De scholen moesten dicht. Al die politici logen over hoe vol de ziekenhuizen en IC’s lagen voor hun eigen gewin. Hij heeft de winkels en restaurants de das omgedaan met zijn vriendjes van het RIVM en uit de politiek. Dát vond ik allemaal al niks. En toen! Toen kwam de avondklok.” Boos schudt opoe zijn hoofd en schudt zijn vuist naar de jongen.

“Dat pik je toch niet? Een ávondklok! Ik mocht niet eens meer naar buiten zonder briefje! Wie bepaalt nou wanneer ik naar buiten ga???” Vuur spuwde uit zijn ogen terwijl hij vervolgde: “En daarom, jongen, daarom ging ik bij De Tegengeluiden. Mijn vrienden en ik hebben eens goed duidelijk gemaakt wat we er allemaal van vonden. We hebben ziekenhuizen belaagd, fietsen op straat gesmeten, winkels geplunderd, politieagenten bekogeld met stenen, vuurwerk gegooid, brand gesticht.” De oude man ging trots rechtop zitten. “De lockdown en avondklok duurden langer als gevolg van onze acties. De Coronabesmettingen liepen onhoudbaar op en de ziekenhuizen stroomden over. Mijn vrouw… ” zijn stem stokte en hij begon te huilen. “Mijn vrouw, ze kreeg een ernstig ongeluk en overleed doordat ze niet op de IC terecht kon. Het was allemaal tóch niet gelogen…

Daarna kregen we een andere regering. Deze toverde onze democratie om tot een dictatuur. Toen kregen we pas in de gaten hoe vrij we altijd al waren. Hoe veel we mochten. Dat we altijd onze mening hadden kunnen verkondigen.”

De jongen is geschrokken. Hij heeft altijd gedacht dat oude opoe een held was en in de frontlinie had gestaan. Maar helden maken niets kapot. Helden plunderen niet. Hij is teleurgesteld en begrijpt niet waarom iemand hier trots op kan zijn.

Iedereen mag zijn of haar eigen mening hebben. Iedereen mag het eens of oneens zijn met welke maatregel dan ook en dat ook luidkeels verkondigen. Het beeld van mensen die uit elkaar worden gejaagd, die brand stichten vanwege maatregelen die zijn opgesteld ten behoeve van de landelijke volksgezondheid staat op mijn netvlies gebrand. We zijn geen ‘bananenrepubliek’, geen ‘dictatoriaal land’. De regering is ook niet mijn beste vriend; ik ben het ook niet altijd eens met de maatregelen of de handhaving daarvan. Ja, ik ben óók al die maatregelen zat en ja, ik ben óók klaar met Corona. Toch ben ik er wel van overtuigd dat diverse mensen op zo goed mogelijke wijze het land door deze pandemie proberen te loodsen. Nu schaam ik me gewoon dat ik Nederlander ben. Pak je reet en zet hem op je bank of in je bed, voor ieders gezondheid en voor je eigen vrijheid. Vechten doe je niet op straat met wapens in je hand, want Corona houdt van mensen en door dit gedrag blijft de huidige situatie langer in stand. Vechten tegen Corona doe je thuis of in het ziekenhuis.

Herfst

Herfst, wat ben je
Prachtig
Knallend rood
Weldadig goud
Mooi en sprookjesachtig
Uit de grond schieten ze,
Mini kabouterhuisjes, in
Vol ornaat
Eekhoorntjes rennen
Herten druk met paren
Heerlijk wandelen is het
Tussen miljoenen blaren
Plassen om in te stampen
Kastanjes, walnoten, beukennootjes
De natuur laat los wat
Niet meer passend is
Explosie van kleur en geur

Herfstkind, een
Geschenk voor jou
Volg je hart
Lief je lijf
Aard je voeten
Dit ben jij

Herfstkind
Aardekind

Revalideren? Dat kun je leren!

Bij de intake die ik heb met de revalidatiearts wordt doorgenomen welke therapieën in mijn situatie en met mijn hulpvraag wenselijk zijn; tot mijn grote verbazing hoort daar naast fysio- en ergotherapie en de modules arbeid en diëtetiek óók een psycholoog bij. Vragend kijk ik hem aan en zeg dat ik dat niet nodig acht. Zijn blik verzacht terwijl hij antwoordt dat júist de psychologe goed voor mij zou zijn, waarna een glimlach over zijn gezicht glijdt. Ik geloof hier niet in; af en toe belt de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis en ik praat ook met Peter van de Vruchtenburg, hoewel dat voor mij meer te maken heeft met de zorg voor de kinderen en mijn man dan voor mij, maar ik ga er voor nu mee akkoord. Kennelijk druipt de scepsis van mijn gezicht, want de arts benadrukt het nogmaals en zegt erbij dat het waarschijnlijk het beste is om dit in privésessies te doen. Hij vraagt me: “Stel dat jij je allerbeste vriendin zou zijn en je jezelf advies zou moeten geven. Wat zou je dan zeggen? Wat is het beste voor jouw beste vriendin? En als dat goed is voor haar, waarom dan niet voor jou? Jij doet er toch ook toe?” Ik kan mijn emoties niet bedwingen en stem toe.

Omdat de lockdown roet in het eten gooit start ik later dan gepland. Dat blijkt goed voor me te zijn, want het geeft me een paar weken rust en respijt. De eerste consulten gaan telefonisch en dat gaat prima, hoewel ik de oefeningen en mijn vooruitgang niet vlot genoeg vind gaan. Tijdens het meten van de fysiotherapeutische oefeningen start ik, geheel tegen het advies van de arts in, ook met de reïntegratie op het werk. Immers, de zware behandelingen zijn voorbij dus ik vind dat ik weer overal toe in staat moet zijn en dat ik al lang genoeg heb gelummeld.

Bij de ergotherapie wordt me geleerd om objectief mijn dagindeling te beoordelen naar zwaarte en wordt me aan de hand van een veel te vol geplande week uitgelegd dat ik niet altijd hoef te rennen of bezig moet zijn. Want, zo vertelt de therapeute, alle dagen ‘in het rood’ hebben tot gevolg dat er niet wordt opgebouwd maar dat de batterij wél leeg blijft lopen. Het is moeilijk om dat te horen. Het blijkt nog véél moeilijker om mijn gedrag en gedachten hierover te veranderen. Ook bij de fysiotherapie word ik meermaals teruggefloten, hetzij door mijn eigen lijf, hetzij door de therapeuten. Er is wel vooruitgang in de bewegingsvrijheid van de arm, klein maar zeker – en na uren oefenen kan ik dan éindelijk mijn arm boven de 90° brengen. De psychologe die ik niet in het programma wilde heeft een route uitgestippeld op basis van EMDRtherapie. Het blijkt ontzettend intensief en vele malen zwaarder dan ik ooit had kunnen bedenken. Na elke sessie ben ik gebroken, want iedere keer wordt één van de delen van het kankertraject waar ik de meeste stress van krijg, behandeld. Hoewel ik ze uit alle macht probeer tegen te houden overspoelen de emoties me en vloeien de tranen rijkelijk. Toch is juist dit wat ik nodig blijk te hebben; herinneringen die mij zó veel pijn deden worden gereduceerd tot beeldfragmenten waar ik rustig naar kan kijken en waar ik over kan praten zonder overweldigende pijn en verdriet. Vanwege de enorme impact hiervan op mijn energielevel neem ik met mijn man het besluit om de opbouw op het werk te staken en mij volledig te storten op de revalidatie, die ik tenslotte niet voor niets doe. Ondanks alles zie ik dit als falen. Zowel naar het werk toe als naar mezelf. Daarnaast heb ik een extra consult bij mijn oncoloog, die me sommeert te stoppen met de hormoontherapie (Tamoxifen), vanwege de hoeveelheid en de ernst van de bijwerkingen. Na een tijd lijkt het of ik mezelf weer een piepklein beetje terugvind en af en toe weer de lieve gezellige Kaat ben in plaats van een snauwende, slapeloze, jankende heks. Het is een verademing voor mijn gezin en nu besef ik ook hoe zij op hun tenen hebben gelopen om mij te ontzien.

Op een dag start ook de groepstherapie weer op. De groep waarin ik terechtkom is gezellig, gelukkig zijn het allemaal kankeraars en we hebben vaak aan één woord genoeg om te weten wat de ander bedoelt. Lotgenoten. Strijdgenoten. Kanker (gehad) hebben houdt niet op na afloop van de therapie. Kanker verweeft zich in je hele zijn en dat herkennen we van elkaar. Ik wilde er niets van weten, maar ik ben blij dat ik deze lotjes heb leren kennen.

De oedeem is stevig blijven zitten waar die na de bestraling terecht is gekomen en geeft veel klachten. Daarom wordt tevens haptotherapie voorgesteld. Ik ben hier zwaar op tegen want ik wil niks meer te maken hebben met de borst en haptotherapie lijkt me bovendien enorm zweverig, dus de twijfel slaat toe. Uiteindelijk stem ik toe, maar alleen met het bij haar leren intapen van mijn oedemateuze strakke, pijnlijke plekken. Gebleken is dat dit de klachten verlicht dus wil ik dat graag zelf ook leren toepassen. Het duurt lang voor ik zelfs maar de moed heb verzameld om het bestraalde gebied te ervaren als ‘van mij’, maar uiteindelijk ben ik in staat om te voelen waar en wanneer een tape wenselijk is. Omdat het ‘zelf tapen’ in het begin onmenselijk moeilijk is besluit ik de tapes te beletteren en te versieren, wat het psychisch makkelijker maakt om ze aan te brengen. Tot die tijd brengt de therapeute ze aan en dat geeft me uiteindelijk het vertrouwen dat deze aanrakingen pijn- en stijfheidsklachten kunnen verminderen, waardoor de stap om via de Breast Clinic oedeemtherapie aan te vragen kleiner wordt.

De revalidatie was zwaar maar heeft me geleerd dat een of enkele stap(pen) terug doen soms meer oplevert dan klakkeloos, koppig en stug doorzetten. Dat het oké is om op je bek te gaan, mits je daarvan leert en je gedrag vervolgens aanpast. Dat het leven zich niet alleen rationeel en in je hoofd afspeelt, maar vooral ook in je lijf en je gevoel. Dat ik goed genoeg ben zoals ik nu ben. De revalidatie heeft me nieuwe inzichten en lotjes gebracht. Ik ben ‘er’ nog niet, maar ben wel goed op weg.

Revalideren… dat kún je leren!!

#Rijndamrevalidatie #dankbaar #keihardwerken

http://www.rijndam.nl

Droomdag ❤❤

Plotseling krijgen we een telefoontje van iemand die zich voorstelt als “Jan, uw vrijwilliger van stichting Droomdag”. Of we van sprookjes houden, voor welk eten we ’s nachts wakker gemaakt kunnen worden, welke vervoersmiddelen we het geweldigst vinden en nog veel meer en o ja, of we al zin hebben in onze Droomdag op 25 september? De kinderen stuiteren bijna van de bank van opwinding en ook voor ons wordt het nu echt. De dagen erna kabbelen voorbij en plotseling is het dan 25 september. Het is een lange rit naar Center Parcs Zeewolde, waar de Dag plaatsvindt. Onderweg is er tijd in overvloed om gedachten uit te wisselen over onze fantasieën over hoe we denken dat deze dag zal verlopen. Zodra we er zijn volgen we de bordjes die ons leiden naar een groot terrein waar een livreier klaarstaat. Bij het aanmelden vraagt hij onze naam en welk soort applaus we wensen; we kunnen uit duizend soorten kiezen, meldt hij. Mijn dochter kiest direct voor het dierenapplaus en zodra we de rode loper betreden start er een kakofonie aan dierengeluiden: we horen poezen, honden, kippen en er hopt zelfs een vrijwilliger als kikker aan de kant. Het is geweldig leuk, ik voel me helemaal blij worden en zo te zien geldt dat ook voor mijn man en kinderen. Aan het einde van de rij vrijwilligers staat onze Jan, die ons meeneemt naar binnen voor een kennismaking en een praatje voor we koffie met gebak krijgen, waarna we worden opgehaald voor de eerste verrassing.

Na een kleine gezellige wandeling komen we aan bij een parkeerterrein dat half vol staat met de meest luxueuze, dure, prachtige sportauto’s. De kinderen vergapen zich aan elke auto en weten niet wat ze zien. De ene is nog mooier dan de andere. In één van de tenten leert onze zoon de riddergroet en onze dochter de prinsessenbuiging en zodra wij allemaal het koninklijk wuiven onder de knie hebben horen we hoefgetrappel. Een heuse koets staat voor ons klaar. Een prachtige, witte koets met in deftig pak gestoken koetsiers en een stel nette Shires die luisteren naar de namen Billy en Jack. Mijn dochter kan niet stoppen met aaien; de paarden zijn twee keer zo groot als zij maar dat kan haar niet schelen. Ze geniet en straalt. Paarden. Voor háár ❤. We maken een rondje door het park, af en toe wuivend zoals  dat ons is geleerd. Zodra we terug zijn worden we meegenomen naar een nieuwe verrassing… een professionele fotoshoot. Hoe gekker de poses hoe beter, malle foto’s maar ook mooie worden er geschoten. We horen de kinderen lachen en dat verwarmt ons. Ze genieten. Op dit moment ben ik blij dat ik niet meer kaal ben. Na afloop van deze leuke gekkigheid worden we met een SWATbus teruggebracht. Compleet uitgerust met helmen en schilden wachten we op wat er komen gaat. Want op een dag als deze weet je het niet!

Jan nodigt ons uit om de állermooiste auto te kiezen. Moeilijk, maar uiteindelijk heeft onze zoon een Alfa Romeo gekozen, onze dochter een Mercedes en wij beide een Corvette. Instappen maar en… daar gaan we!!! Een retourtje Nijkerk staat op de planning, over verlaten dijken waar de gaspedalen stevig worden ingedrukt. Machtig is het! Na afloop zegt mijn zoon met pretlichtjes in zijn ogen zachtjes tegen me:” Mama, ál die auto’s, ik had dit echt nóóit kunnen dromen” en het ontroert me. Dan is het lunchtijd en ook de lunch is geweldig, wát we maar zouden kunnen wensen staat er: soep met broodjes, salades, kazen, ham, friet, te veel om op te noemen. Ik was moe, maar hiervan knap ik weer een beetje op. Gelukkig maar, want deze dag blijkt nog steeds niet voorbij. Na een korte wandeling staan we op vliegveld Opkikker en ongelooflijk maar waar: hier landt een helicopter. Een helicopter waar we in mogen en we kijken onze ogen uit. Wat is die traktor klein, hoe recht zijn de akkers, het Eemmeer is zo prachtig met de schittering van de zon erop… ik zie mijn geweldige man en fantastische kinderen de tijd van hun leven hebben en een enorm gevoel van dankbaarheid stroomt door me heen. Na de vlucht ben ik eigenlijk te moe om door te gaan maar de rode loper leidt ons regelrecht een limousine in waar, als waren wij VIPgasten, kinderchampagne klaarstaat. De kinderen worden zowat gek. Het is een prachtige limo en een waanzinnige ervaring; de rit verloopt zó soepel en geluidloos dat ik al snel in slaap word gewiegd. Na wat een minuutje lijkt zijn we alweer terug en onze dochter roept dolblij:” De tijd vliegt als je in een limo zit!!” Jan verwelkomt ons terug en heeft speciaal voor hen nóg iets geweldigs: een laatste rit in een sportauto naar keuze! Nu worden er 2 Ferrari’s gekozen en de kids vertrekken, op weg naar de eetzaal, waar het diner klaarstaat. Ook dit is heerlijk en er is voor iedereen wat wils.

Als we de eetzaal verlaten staan daar alle vrijwilligers die deze dag voor ons en vele andere gezinnen hebben mogelijk gemaakt. Een lange rij mensen applaudisseert ons toe terwijl wij allemaal het terrein verlaten. Ik krijg een brok in mijn keel en moet mijn tranen wegslikken. Applaus, voor ons? Dat zouden wij eigenlijk moeten doen voor deze kanjers die deze dag zó mooi hebben gemaakt. De kinderen krijgen nog een tasje en per kind een Droomdagknuffelkussen in de handjes gedrukt. In de auto raken we niet uitgepraat over wat we allemaal hebben beleefd. Wát een waanzinnige dag…

’s Avonds bij het naar bed gaan verzucht mijn zoon, net voordat zijn ogen dichtvallen: “Mama, ik haat jouw kanker. Maar er is toch ook iets positiefs uit voortgekomen. Want anders had ik nooit in zulke vette auto’s gereden!”

En zo is het. Hoe naar het ook kan zijn en is geweest, de nadruk ligt en moet ook liggen op het positieve. Dat er mensen zijn die dagen als deze organiseren is zó bijzonder. De slogan van de stichting is: ‘herinneringen voor het leven’. En wát voor herinneringen. Voor mij is het belangrijkste niet dat ik in een helicopter of een Corvette of limo zat. Voor mij is het belangrijkste dat mijn kinderen en mijn man een waanzinnig mooie, fantastische dag hadden.

Hun welverdiende Droomdag. ❤❤

#stichtingdroomdag #stichtingopkikker #dankbaar

Coronacrisis en -lockdown in Nederland

Het virus dat in eerste instantie niet zo gevaarlijk leek en zich bovendien ver weg in Azië bevond is nu ook opgedoken in Europa en in Nederland. De eerst vastgestelde besmetting in Nederland was op 27 februari 2020 en hoewel verspreiding op het eerste gezicht niet spectaculair leek is toch binnen enkele weken een duidelijke, angstaanjagende stijging waarneembaar. De IC-afdelingen stromen vol, de zorg raakt overbelast en reguliere zorg wordt afgeschaald. De minister-president neemt zijn verantwoordelijkheid en tracht verdere verspreiding tegen te gaan. Handen schudden wordt afgeschaft, thuiswerken aangemoedigd, de anderhalvemetersamenleving ingevoerd. Mensen raken in paniek en in vele winkels raken de schappen leeg; toiletpapier, rijst, ingeblikte groente alsook diepvriesprodukten en potgroente, pasta, bloem, alles is op. Opgeroepen wordt om vooral níet te hamsteren, prachtig uitgebeeld door Irma van der Sluis. Vanaf 15 maart om 18 uur sluiten horeca, sauna’s, sexclubs, sportclubs en dergelijke hun deuren en vanaf 16 maart sluiten alle scholen en kinderopvangcentra. De oncologische revalidatie waar ik snel mee zou beginnen belt af maar geeft wel aan zo snel mogelijk op te starten.

Mijn zuurstoftherapie loopt, met de nodige maatregelen, nog wel door. Een deel van de open groep is al klaar en ik heb besloten om bij sessie 30 te stoppen. Op die momenten waarop we niet achter onze maskers zuurstof aan het happen zijn uiten mijn vriendin en ik onze zorgen. Wat als iemand van ons besmet blijkt? Lachend maken we er een lolletje van:” Dan zitten we 14 dagen lang met elkaar opgescheept, 24 uur in deze tank, nou dáár zitten we op te wachten!” “O, maar we krijgen toch vast wel een boterham via het medicijnluikje!” “Plassen doen we ook wel in de bekertjes!” En dat zorgt ervoor dat ook de onrust hier draaglijk is. Zullen we op tijd de therapie kunnen afsluiten? Zijn wij extra kwetsbaar? Op de dag waarop ik sessie 30 heb gehad en afscheid heb genomen van de medetankers word ik ’s middags gebeld. De tank sluit voorlopig zijn deuren.

Het is een vreemde tijd. Surreëel want de straten zijn leeg, vrienden en familie mogen niet bezocht worden waardoor beeldbellen een vlucht neemt; het lijkt soms of we in een spookstad wonen. Mensen hebben weer oprechte aandacht voor elkaar en kijken meer naar elkaar om. We moeten leren omgaan met het ‘nieuwe normaal’. Gedurende deze periode waarin de kinderen niet naar school gaan en ik nog geen hele dagen werk en daardoor ook veel thuis ben zien wij een positieve ontwikkeling. Hoewel ik de nieuwe rol van docent best pittig vind blijkt deze tijd van thuisschool een zekere mate van rust te brengen in huize Borstkanker. Langzaamaan merken we dat de kinderen het vertrouwen in de veiligheid van thuis weer ervaren. Hun opstandigheid, hun geïrriteerdheid, hun angsten en moeheid zien we afnemen en het slapen gaat steeds beter. Terwijl er tragisch genoeg steeds meer mensen overlijden aan de gevolgen van dit exotische virus krijgen wij de rust die we nodig hadden, vér van afspraken, school of werk. Het ‘nieuwe normaal’ is zo gek nog niet.

Zuurstof

Enige tijd geleden berichtten wij u over het bestaan van een nieuwe, leerzame excursie bij Kaatjevertelt-reizen. Het doet ons genoegen dat wij u deze, zij het in afgeslankte vorm vanwege Covid-19, gratis kunnen aanbieden. Graag stel ik u voor aan uw gids van vandaag: de heer Z. Stof, voor intimi Zuurtje. Hij is klein en razendsnel, dus hou u goed vast aan het lint dat u zodirect overhandigd wordt zodat we u onderweg niet kwijtraken. U krijgt van mij een mondmasker en handschoenen vanwege het feit dat het in deze excursie niet mogelijk is om u aan de anderhalvemetermaatregel te houden, zoals u al was medegedeeld in de bevestigingsmail. Ik laat u nu achter in de kundige handen van de heer Stof en wens u veel plezier toe op deze prachtige reis!

‘Goedemiddag, het is fijn u te mogen meenemen op een reis die maar voor weinigen is weggelegd: het meemaken van een interne HBOT-sessie. Deze afkorting staat voor HyperBare O2-Therapie. Als eerste gaan wij u verkleinen tot op atoomniveau zodat u met mij mee kunt reizen. Ik zal voor u ook de vertraagfactor aanzetten en we gaan bovendien even oefenen met het gevoel van gewichtloosheid. Houd u stevig vast en geniet van de reis! U ziet hier dat wij in een tank zitten. Er zijn hier veel familieleden van mij, met allemaal hetzelfde doel. Zodirect wordt de deur opengezet en voelt het alsof we van een glijbaan af roetsjen. Daar gaan we al! Woohooo, dit vind ik het allerleukste van mijn werk!! Wooooooooo, genieten toch??!!!!!! Kijk, daar is de slang van stoel nummer 9, daar gaan we heen, blijf bij me – ja, gelukt! We zijn ingeademd door het lichaam. Dat merkt u, het is allemaal wat krapjes. Dit is een van de longen. Kijkt u om u heen, we zijn er snel uit en dit ziet u nooit meer. Dit zijn de longblaasjes; hier gaan wij de long verlaten om terecht te komen in de bloedbaan. Omdat het lichaam zich in een omgeving bevindt waarin de druk verhoogd is tot 2,5 bar, dat is te vergelijken met de druk die er heerst op 15 meter onder water, en er 100% pure zuurstof wordt ingeademd, neemt de hoeveelheid in het bloed opgelost zuurstof toe met ongeveer 30% ten opzichte van de normale hoeveelheid zuurstof in de lucht onder normale omgevingsdruk.

We zijn nu uit de bloedbaan getreden en in een zeer zuurstofarm gebied van het lichaam gekomen. Dit is de rechterborst. De borst met het gebied eromheen, dus ook de ribben en de long, is bestraald geweest en de kleinste bloedvaatjes en daardoor dus ook de zuurstoftoevoer zijn hierbij vernietigd. De effecten hiervan zijn zichtbaar alsook voelbaar. U neemt waar dat de weefsels zeer verhard zijn en u kunt ook zien dat er vocht, oedeem, tussen de cellen klotst. Spieren in de borst en oksel zijn verstijfd en bewegen is pijnlijk en moeizaam. Afval hoopt zich op, waardoor de borst aanvoelt als een hete ballon die op knappen staat en dat is een situatie die zeer pijnlijk is. Dit verschijnsel heet ‘late bestralingsschade’, afgekort als LRTI. Mijn familie en ik, en u nu ook, treden uit de bloedbaan en kunnen ons, onder invloed van de verhoogde omgevingsdruk, vrijelijk bewegen in het weefsel, daarbij ruimte makend voor de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes. Dit proces is zeer tijdrovend. Daarom duurt de therapie zo lang: 30 tot 40 sessies van bij benadering 2 uur, gedurende 6 tot 8 weken.

Onder invloed van onze aanwezigheid komen er ook stamcellen naar het aangedane gebied. Al deze factoren samen kunnen zorgen voor verlichting van klachten en het verbeteren van kwaliteit van leven. Ik ga u terugbrengen naar het startpunt en u weer op normale grootte brengen.’

Dit was opnieuw een naar wij hopen leerzame excursie. Wij wensen u een behouden terugreis en zien u graag terug bij een volgende excursie!

2020

Januari begint met familietijd. De maandagen zijn niet meer voor het ziekenhuis bestemd en er is tijd om langzaam bij te komen van de voorbije maanden. De nadruk ligt op langzaam. Want hoewel ik me had voorgenomen om direct weer op het lab aan de slag te gaan, beslist mijn lijf anders voor me. Op maandag 6 januari ga ik langs op F3, ik heb voor die geweldige kanjers een mand vol met lekkers samengesteld en een schilderij gemaakt en voor de medepatiënten ook iets te snoepen meegenomen. Het is een afsluitmoment voor mezelf en het geschenk wordt dankbaar aangenomen. De dagen gaan langzaam voorbij, ik geef zoveel mogelijk tijd aan het gezin. We wandelen, ik neem de kinderen mee naar een museum. Op 10 januari wordt onze grote zoon 12 jaar. Dat is een moment bij uitstek om te vieren, dus hebben wij vrij gevraagd van de school van de kinderen en dat is toegekend omdat het samenvalt met het einde van deze zware tijd. In de ochtend krijgt hij zijn cadeau, een tegoedbon voor een nieuwe fiets, waarna we vertrekken voor een weekeindje Arcen. Het is een heerlijk, gezellig, liefdevol weekeinde waarin we veel samen doen en zo blij zijn met elkaar. We gaan lasergamen, midgetgolfen, spellen doen in de gamehal en in een achtbaansimulator in indoorhal Taurus. We wandelen in de buurt, we zijn in nationaal park Maasduinen en zijn voornemens om, wanneer ik weer wat beter ben en langer kan wandelen, daar terug te keren. Arcen ligt zowat in Duitsland, het geboorteland van mijn lieve oma, dus ook daar gaan we de boel een beetje verkennen. De kinderen zwemmen en spelen naar hartelust en wij relaxen. Het is heel fijn dat we dit konden doen. Qualitytime, tijd voor elkaar!

In plaats van dat mijn klachten verdwijnen, lijken ze alleen maar toe te nemen. Als ik ze ter sprake breng bij Jos zegt hij dat ik het tijd moet geven. Hij verwijst me door naar Rijndam Revalidatie, schrijft me de hormoontherapie voor (Tamoxifen ofwel Nolvadex), verwijst me voor de klachten aan mijn borst terug naar de Breast Clinic en zegt dat hij me na 3 maanden terug wil zien. Ik hou nog veel vocht vast, heb kurkdroge ogen en geen lichaamsbeharing meer. Ik ben misselijk, heb hoofdpijn, bloedneuzen, pijn in mijn rechterarm en een dikke, pijnlijke, rode, hete borst. Mijn linkerhand voelt nog steeds doof, zo ook mijn voetzolen en een paar tenen. Mijn nagels zijn iets minder pijnlijk maar wel nog bij stoten, er lijkt soms een strakke band om vingertoppen te zitten waardoor ook daar pijn optreedt. De nagels groeien niet meer, ik heb ze al een eeuwigheid niet hoeven knippen! Mijn hele huid is gortdroog en heel dun en moet vaak worden ingesmeerd omdat ik het gevoel heb dat die anders scheurt. Ik kan geen kleine of strakke dingetjes openen. Mijn wimpers komen wel weer. De wenkbrauwen nog niet. De verpleegkundige van de Breast Clinic, die ik diezelfde week nog spreek, verwijst me door naar het Instituut voor Hyperbare Geneeskunde op mijn verzoek, omdat de borst zo niet kan blijven. Ik zeg haar dat ik op het punt van amputeren sta, dat er nú iets gebeuren moet en dat beaamt ze. Gelukkig gaat dat snel en heb ik de week erna de intake, waar blijkt dat ik de volgende dag, op wereldkankerdag, al kan starten met Hyperbare Zuurstoftherapie.

Mijn nicht komt langs. Door omstandigheden had ik lange tijd geen contact met een deel van mijn familie. Het is enorm fijn dat wij dit contact weer oppakken. We hebben veel, heel veel te bespreken. 25 jaar is niet in één dag in te halen, maar we doen een gezellige poging en dit is voor herhaling vatbaar. Mijn dochter krijgt deze tijd springlessen en is daar ontzettend blij mee en het gaat ook supergoed. Mijn zoon is aan het rondkijken naar een middelbare school, want hij zit in groep 8 en gaat dit jaar ook op kamp en de eindmusical opvoeren.

De zuurstoftherapie is zeer vermoeiend. Ik krijg die elke dag, gedurende 6 tot 8 weken. Ik heb een taximachtiging en word elke dag gebracht en gehaald, dat is heel fijn. Een van mijn medetanksters blijkt uit de buurt te komen, waardoor we samen vervoerd worden. Wat een te gek wijf! Het tanken, zoals wij dat noemen, is gezellig. Er zitten diverse dames en heren met ieder hun eigen verhaal, maar de gemene deler is bestraling. Het is fijn om te praten, fijn om herkenning te vinden. We zijn allemaal kankeraars en dat maakt dat het goed voelt. Al gauw heb ik er een nieuwe, geweldige vriendin bij.

In Azië is in december 2019 een nieuw virus opgedoken. Dat gebeurt wel vaker en eerlijk gezegd maakte ik me er niet zo druk om. In slechts enkele weken tijd is het probleem echter bijna onbeheersbaar groot geworden en is duidelijk dat het om een Coronavirus gaat: SARS-CoV-2, dat de verwekker is van een nieuwe, ernstige ziekte: Covid-19. In korte tijd blijkt het virus in staat geweest te zijn zich razendsnel te verspreiden. Dit was de angst van alle virologen: een pandemie.

Het einde van 2019

Halverwege de Taxolserie zeg ik tegen mijn man dat ik het zat ben, dat ik genoeg heb van alles en dat ik een muts ga kopen of een shirt met als opdruk: “Ik onderga chemo. Benaderen op eigen risico.” Het wordt te veel, elke week chemo en daarvan eigenlijk nauwelijks meer opknappen. Als ik voor de spiegel sta kijkt er iemand naar me terug die ik niet herken. Het is een vrouw met kort haar, haar wimpers vallen uit, haar wenkbrauwen vallen uit, ze heeft een dik en pafferig gezicht van de medicatie. Het is het gezicht van een zieke vrouw. Ik wil haar niet meer zien en gebruik derhalve geen makeup meer. De enige plek waar ik me vrij kan voelen is ironisch genoeg de oncologie dagbehandeling, waar vele mensen eruit zien als ik en waar we veilig kunnen praten over onze artsen, therapieën en eventuele vooruitzichten en waar fijne kankergrappen gemaakt kunnen en mogen worden. Het is een plek die ik vrees, maar die ik ook een beetje voel als een tweede thuis. Dan appt een collegaatje van me of ze langs mag komen, natuurlijk mag dat, gezellig. Twee van mijn collegaatjes komen langs en ik zet mijn er-is-niks-aan-de-hand-masker compleet met makeup weer op. Het is fijn om hen te zien en om het lijntje met het werk weer te voelen. Ze hebben een enorme mand vol cadeaus bij zich; ze hebben een bankhangpakket ingezameld, enorm lief. Gebaren als deze ontroeren me en ik moet me inhouden omdat ik anders ga huilen, de emoties zitten zeer hoog en de tranen vloeien om werkelijk alles. Op de dagen die volgen maken we steeds een deel open en het toeval wil dat ik ziek word met koorts, dus het pakket komt goed op tijd!

Plotseling wordt een aantal delen van mijn lichaam gevoelloos. Mijn vingertoppen doen pijn en tintelen, mijn voetzolen voelen raar. Het lijkt of mijn lichaam langzaam uitvalt. Het is een uitdaging om met dit lichaam door de dagen te komen. Dan komt op een dag de consulente van de Sociale Dienst van de gemeente waar ik woon langs voor een keukentafelgesprek. Het doel hiervan is duidelijkheid krijgen of er hulp nodig is en zo ja, op welke vlakken. Ik heb mijn woonkamer en keuken spic en span gemaakt, zodat ze kan zien dat ik geen hulp nodig heb. Dat ik daarvan uitgeput ben is iets dat ik negeer. Ook nu ben ik opgemaakt. Het gesprek verloopt goed, we praten over de aanmelding en mijn ziekteproces. Na verloop van tijd kijkt ze rond en zegt dat het er netjes uitziet. Ik glimlach en ze voegt eraan toe: “Hoeveel moeite heeft dit u gekost? Ik ken u niet, maar ik zie dat u ziek en heel moe bent.” Ze legt de vinger op de zere plek en de tranen schieten in mijn ogen. Ze vervolgt: “Het huis schoonmaken kost u eenvoudig te veel energie. Het is niet erg om dat toe te geven. U moet uw energie steken in dat wat ertoe doet: uw man en kinderen. Laat die ramen toch doen door iemand anders. U bent niet in orde, laat u helpen door de gemeente. U heeft er recht op. U betaalt al jaren belasting. Laat u helpen.” Ik weiger. “Mijn grootste angst is om in uw situatie terecht te komen,” zegt ze, “en ik zeg u nu, dat u een indicatie krijgt vanwege uw ziekte, de thuiswonende kinderen en uw man die ook overbelast dreigt te raken als het zo doorgaat. Het is een kortdurende indicatie. Het is de taak van de gemeente om te zorgen voor haar inwoners en daarom krijgt u deze indicatie. Het is niet uw schuld dat u in deze situatie zit en het gaat ook niet eeuwig duren. Er is geen sprake van dat de gemeente u in deze situatie in de steek laat. Begrijpt u dat?” Dat doe ik inderdaad en ik accepteer met veel pijn en moeite wat ze zegt. Na het invullen van de benodigde formulieren waarbij meer dan eens de tranen in mijn ogen springen vertrekt ze, daarbij zeggend dat ze weggaat voordat ze met me mee gaat huilen. Dit was ontzettend heftig en ondanks het verdriet en de tegenzin voor HO heb ik nog een onverwachte emotie. Dankbaarheid.

Op mijn eerstvolgende afspraak met mijn oncoloog Jos Kitzen zeg ik hem dat ik het zat ben. Dat ik mezelf niet ben en een hekel heb aan de persoon die ik ben geworden. Dat ik wil stoppen met de dexa en dat hij een klootzak is. Hij luistert geduldig, zoals altijd. Zegt dan dat ik echt boos op hem mag zijn en dat hij alles ook begrijpt maar dat hij echt niet, no way, gaat stoppen met de dexa en clemastine. Hij kijkt me recht in de ogen als hij me voor het blok zet: doorgaan met Taxol plus dexa en clemastine, óf dexa en clemastine stoppen maar dan ook nu direct stoppen met de Taxol. Met alle mogelijke gevolgen. Het is mijn keuze, het wordt alles of niets. Ik kies voor alles, want als ik dat niet doe en 9x Taxol blijkt te weinig geweest te zijn.. dan zal ik daar niet mee kunnen omgaan. Hij luistert en stelt me gerust maar is ook bijzonder realistisch en dat waardeer ik aan hem. Hij begrijpt dat ik niet met mezelf door 1 deur kan, begrijpt dat ik boos ben en snapt het dat ik het haat dat mijn wimpers en wenkbrauwen weg zijn en mijn spiegelbeeld niet meer lijkt op de mij die ik graag wil zijn. Mijn afspraak loopt uit, want hij neemt de tijd voor uitleg en het luchten van mijn emoties. De volgende, laatste, 3 chemo’s worden vrijgegeven. Op de dagbehandeling heb ik mijn klachten wel doorgegeven maar bij hem doe ik dat niet, wat een flauwekul om daarover te klagen vind ik het. De maandag daarna wordt gevraagd of ik nog tintelingen of gevoelloosheid heb en ik antwoord bevestigend. Daarom krijg ik de laatste toedieningen niet 100%, maar 80% van de maximale dosis, want “we willen niet dat u geen kanker meer heeft maar wel moet blijven doorleven met de bijwerkingen”. Daar is natuurlijk wel wat voor te zeggen.

In de tijd waarin ik worstel blijken er triest genoeg nog 2 collega’s door kanker te zijn geraakt. Daarom komen mijn andere collega’s op het idee om geld in te zamelen voor de nieuw te bouwen dagbehandeling van het Franciscus Oncologiecentrum. Er wordt een enorm bedrag opgehaald en bij de overhandiging ben ik aanwezig, evenals de andere twee labkankeraars. Ook dit is weer bijzonder emotioneel. Het is tevens de tijd waarin de kerstpakketten worden uitgedeeld en ontvangen.

Het is moeilijk om staande te blijven. De tintelingen in handen en voeten maken plaats voor continue pijn en ik voel me grieperig en ziek met geen enkel plekje op of in mijn lijf dat niet brandt, zeer doet of gewoon maar functioneert zoals het ooit bedoeld was. Toch breng ik veel tijd door met de kinderen en mijn man, we doen fijne dingen zo vaak het maar gaat. Ik praat weinig over hoe ik me voel omdat ik het belangrijker vind hoe het met de anderen gaat, want ik maak me ook grote zorgen om hen. De kerstweek verloopt rustig, we gaan bij de schoonfamilie thuis eten waarbij ieder een gang voor zijn rekening neemt. Het is fijn om te zien hoe gezellig iedereen het met elkaar heeft. Thuis doen we rustig aan, fijn bijkomen en genieten van even geen haast vanwege de combinatie sport, school, werk.

Dan is het ineens maandag 30 december 2019; het is de dag waarop ik de laatste Taxol krijg. Het is gelukt: alle geplande kankerbehandelingen zijn binnen 2019 gebleven! Ik ben dankbaar en ik heb me voorgenomen binnen afzienbare tijd weer het werk op te pakken. De behandelingen zijn voorbij, dus nu ben ik direct weer de oude.

Toch?

Oktober.. november..

Oktober loopt op zijn eind. Als ik op mijn afspraak met Kitzen mijn klachten bijna verontschuldigend ter sprake breng reageert hij verrast wanneer de verdwenen vingerafdrukken ter sprake komen. Bij deze chemo komt dat kennelijk niet voor. Ik raak geïrriteerd, denkt hij nou echt dat ik een grap maak? Ik laat hem de foto zien die ik heb gemaakt en hij kijkt verbijsterd. Dan vertelt hij dat dit inderdaad voorkomt bij sommige chemotherapieën (“Maar ik heb het nog nooit bij deze gezien”) en dat dat problematisch is bij reizen. Ook stelt hij me gerust dat ze terugkomen. Het bloed dat geprikt is heeft alleszins acceptabele waardes en de volgende 3 chemogiften worden vrijgegeven. Dezelfde dag komt een vriendin van vroeger langs. Het is gezellig. Fijn dat dit gebeurt!

November dient zich aan. Het weer is druilerig, nat en koud als ik met een collega ga wandelen. Het is gezellig, maar we houden het lopen al snel voor gezien en duiken het restaurantje van een tuincentrum in. Veel beter zo! Op zaterdag 2 november viert mijn neefje zijn 27e verjaardag. Hij heeft een Perzisch restaurant in Den Haag uitgekozen om daar met de familie te gaan eten, ‘Setare’. Ik ben totaal onbekend met die keuken en hoop dat het eten niet pittig is, proeven doe ik het niet dus ik zou alles kunnen eten maar pittig eten doet pijn. Overdag houden we het rustig, onze zoon heeft een verjaardagsfeestje bij een vriendje met het thema Halloween en hoe bloederiger de kostuums zijn hoe beter. Onze dochter gaat wel mee uit eten. Ik heb overdag weer een aantal bloedneuzen en omdat die altijd ongelegen en onverwacht komen heb ik een kankertassie in mijn handtas. Een etui gevuld met eerstehulpbijkankerartikelen: zakdoeken, lipbalsem, vaseline om in de neus te doen, wattenstaafjes, oogdruppels, paracetamol, handcrème. Alles is nodig en het gaat overal mee naartoe.

Het eten is goed bereid en warm. De rijst is perfect gaar. Zo beoordeel ik tegenwoordig mijn eten in restaurants, want het mondgevoel luistert nauw waar de smaakbeleving het laat afweten. Ook thuis let ik meer op textuur. Het is een supergezellig etentje. Dit is een onthou-restaurantje!

Op maandag 4 november krijg ik weer mijn wekelijkse shotje. Het valt me inmiddels op dat ik zo ongeveer vanaf woensdag beroerd, moe, stram en stijf word. Bij navraag blijkt dat dit kan kloppen, want rond die tijd raakt de Dexamethason uitgewerkt. Op de chemodag ben ik uitgeteld, dinsdag en woensdag gaat het redelijk en daarna dus is het aanpoten geblazen. Ook nu heb ik enorme vreetbuien, iets dat ook veroorzaakt wordt door de Dexa en dat ervoor zorgt dat ik in redelijk korte tijd een in mijn ogen flink, onaanvaardbaar aantal kilo’s aankom. Maar ook al ben ik aan de chemo, mijn verjaardag gaat kennelijk gewoon door. 48 denkbeeldige kaarsjes blaas ik uit, met maar 1 vurige wens. Het is fijn om samen te zijn met mijn gezinnetje en op 9 november vieren we het feit dat mijn man Abraham heeft ontmoet. Alleen onze directe familie en vrienden zijn erbij en dat is genoeg. We genieten, praten, eten en lachen en we vieren het leven met champagne. We staan niet uitgebreid stil bij ziekzijn maar wel bij dankbaarheid.

Langzamerhand krijg ik een nieuwe verstandhouding met mijn lichaam, ik begin te begrijpen wanneer ik óp ben. Begrip is één ding, maar dat kunnen accepteren is anders. Geregeld ben ik boos op mijn lichaam dat me naar mijn idee ontzettend in de steek laat door gewoon schijnbaar niet te kunnen functioneren zoals ik dat wil, waar ik dat wil, hoe ik dat wil. Als ik even kort bij mijn werk langswip ben ik daarna gevloerd. Ik heb me erin vastgebeten geen hulp te willen en doe de dingen zoals ik wil, daarbij roofbouw plegend op een lichaam dat elke week vergiftigd wordt en daarvan keihard probeert te herstellen. Als ik daarop gewezen word door mijn man, de oncoloog of de oncologieverpleegkundigen word ik woest. Meer dan eens word ik teruggefloten en op een dag belt de maatschappelijk werkende van het ziekenhuis met de vraag of ze voor ons huishoudelijke ondersteuning mag regelen via de gemeente. Dit voelt als een vernedering en ik weiger; ik voel me boos, bang en verdrietig tegelijk omdat het nu ook voor de buitenwereld zichtbaar is dat ik volgens mijn eigen norm ‘niet voldoe’. Ze houdt echter vol, zegt dat dit zo niet vol te houden is en zegt erbij:” vooral voor je gezin,” waarop ik overstag ga. De aanvraag wordt geplaatst en ik zeg tegen haar dat ik er toch niet voor in aanmerking kom dus dat het hierbij blijft. In de tussentijd is ook gebleken dat de voorbije maanden hun tol hebben geëist van de kinderen, die niet met woorden maar met hun gedrag aangeven dat ook zij aan het eind van hun Latijn zijn. Dit is de reden voor het zoeken en uiteindelijk krijgen van psychologische hulp voor het gezin, met de nadruk op behandeling van mij als patiënt en het krijgen van praktische handvatten voor het omgaan met het verdriet, de angst en de boosheid van de kinderen.

Naast alle onzekerheden, pijntjes, angsten maar ook liefdevolle momenten en knuffels van mijn man en kinderen ontstaat er langzaam iets nieuws. Mijn borst wordt buitengewoon hard, rood en heet en zeer pijnlijk. Dit melden we aan de oncologieverpleegkundige, die aan de bel trekt bij de Breast Clinic. Na onderzoek blijkt dit late bestralingsschade te zijn en het advies is om dit goed te monitoren.

Op een dag komt een collegaatje langs en het is gezellig, ze heeft een prachtige armband meegebracht met een bedel in de vorm van het logo van pink ribbon. Het ontroert me enorm en ik weet me geen houding te geven. Ook brengt de post de nieuwste CD van Kensington, nóg een cadeau van iemand anders.

Naarmate het aantal ondergane chemo’s toeneemt merk ik dat ik er steeds zieker van word. Ik krijg steeds vaker ontstoken ogen, word ook misselijk met hoofdpijn, ben ontzettend moe, ik vergeet veel dingen en heb last van mijn lichaam dat aangeeft óp te zijn. Dan krijg ik een telefoontje van de gemeente. Er komt iemand langs om de aanvraag voor huishoudelijke hulp te evalueren. In eerste instantie wil ik weigeren maar dan bedenk ik me dat ze beter kan langskomen en zien dat het echt niet nodig is. Ik red me wel.

Ik red me wel en heb geen hulp nodig, dat is mijn mantra.

Ik red me wel.

Ik red het wel, zonder hulp. Die houding is de reden waardoor ik onderuit ga.

Excursie

Van harte heet ik u welkom. Fijn dat u heeft gekozen voor deze rondleiding van Kaatjevertelt-reizen. Neemt u een kopje koffie en zoekt u daarna gerust een mooie zitplaats uit. Indien u onderweg vragen heeft kunt u die direct stellen, wij trachten op elke vraag antwoord te geven.

We starten de rondleiding op de huid. U ziet hier korte, zachte beharing en een droge, gevoelige huid. De huid is gelukkig intact. Wij gaan hier naar binnen, het is donker dus we geven uw ogen even de tijd om te acclimatiseren alvorens verder op pad te gaan. Ziet u dat? Op sommige plaatsen is het tandvlees opgezet. Soms verdwijnt dat maar het komt meestal terug. We gaan verder, de maag ziet er prima uit. De darmen ook, hoewel er aanvalsgewijs toch bepaalde klachten blijven optreden. We gaan de bloedbaan in. Hier ziet u de bloedcellen circuleren alsook de resten van de medicijnen die geslikt moeten worden. We komen nu op een plaats waar u goed kunt zien dat hier een oorlog heeft gewoed: de eierstokken. U ziet hier de loopgraven waar de cellen zich dood hebben gevochten tegen de medicijnen. Zinloos, ze hadden geen enkele kans. De chemo kwam met miljoenen eenheden en heeft de eierstokken compleet verwoest. U ziet het her en der nog smeulen, er wordt keihard opgeruimd maar het slagveld was enorm. De effecten hiervan zijn nog jaren merkbaar. Er is echter goed mee te leven.

De volgende stop is in een zeer bedrijvig stuk van het lichaam: het beenmerg. Gedurende de halfjarige chemo-oorlog zijn hier de meeste slachtoffers gevallen, we hebben het over ettelijke miljarden. Dit mag u even op u laten inwerken. De fabriek die soldaten produceert die het lichaam beschermen tegen virussen en bacteriën is enkele malen gebombardeerd en daarbij compleet verwoest. Toch ziet u dat herstel is opgetreden en als u goed luistert, hoort u soms enkele werknemers een vrolijk lied zingen. Bij de pakken neerzitten is deze dames en heren onbekend.

De tocht gaat verder. Hier ziet u aan de rechterkant een verzameling weefsel met daarin enkele clips, kijk – het zijn er vier. Het weefsel is dichtopeengepakt, het is fibroseweefsel, voelt u maar. Ziet u ook het vocht dat zich tussen de cellen bevindt? Dat veroorzaakt ongemak in de vorm van pijn en roodheid. We zijn nu in de rechterborst. In dit gebied heeft zich een nucleaire ramp voltrokken waardoor diverse weefsels voorgoed en ernstig beschadigd zijn. Het was nodig, maar de gevolgen zijn levenslang. Ook de long is beschadigd evenals naar alle waarschijnlijkheid de ribben. Gelukkig kunt u als u goed kijkt ook zien dat er enige mate van herstel is opgetreden. U ziet dat aan de zachtere structuur op sommige plekken en de reden daarvan is dat het lichaam zich heeft onderworpen aan hyperbare zuurstoftherapie. Dit is een zeer intensieve behandeling en het is positief te noemen dat deze is aangeslagen.

Nu gaan we naar de laatste stop: de hersenen van dit lichaam. De hersenen, u ziet het al, hebben her en der wat plekken waar de ladenkasten niet mooi op een rij meer staan. Plekken waar papiertjes dwarrelen en waar zelfs gaten lijken te zitten. Welkom in het chemobrein. Ja, het bestaat. U dacht dat het een fabel was, ik zie het aan uw ongelovige glimlach. Ik dacht het ook, tot het moment waarop ik werd uitverkoren om deze rondleiding te begeleiden. Het chemobrein, wat houdt dat in? Hier werkt een verstrooide professor. Hij is verantwoordelijk voor de bediening van het lichaam en de geest. Door de halfjarige oorlog heeft hij enige schade opgelopen, niemand weet precies hoeveel en of het nog gerepareerd kan worden. Als er informatie binnenkomt via bijvoorbeeld de ogen wordt die niet altijd meer snel en op een veilige manier verwerkt. Het gevolg kan zijn dat het lichaam niet adequaat reageert. Daarnaast gebeurt het vaak dat nieuwe afspraken niet of niet correct worden opgeslagen. Oude afspraken zijn opgeborgen op een iets té veilige plek en daardoor onvindbaar. De geest wordt derhalve onzeker en veelvuldig gebruik van lijstjes is geboden. Helaas raken ook die lijstjes met enige regelmaat kwijt. Vaak ook raken de benamingen van alledaagse voorwerpen kwijt. Een tandenborstel wordt dan bijvoorbeeld een kam genoemd. De professor is moe. Het lichaam is elke dag, de gehele dag moe. Het gebeurt nogal eens dat het lichaam, soms onverwacht, overvallen wordt door een intense, onbeheersbare, alles overheersende moeheid. De geest vecht daartegen. Vergeefs.

Chemotherapie en radiotherapie waren nodig, dat staat onomstotelijk vast. Maar kankertherapie geeft bijwerkingen. Veel bijwerkingen. Soms vreemde, soms heftige, soms late. De 1jarige oorlog is voorbij. Het herstel gaat tergend langzaam. Onacceptabel. “Het zal toch nu wel beter gaan?” vraagt u. Het antwoord is: ja. Maar ook nee. Het lichaam is kapotgemaakt. Tot op de laatste gezonde cel vernietigd. Herstel treedt op, zeker wel. Met sommige dingen moet het lichaam eenvoudigweg leren omgaan. De geest moet accepteren. Dat kost tijd.

Dank u voor het kiezen voor Kaatjevertelt-reizen. Wij hopen u op een volgende excursie nogmaals te mogen begeleiden. Voor nu wens ik u een goede thuisreis.